Waar moeten we rekening mee houden bij fusies die leiden tot de vorming van een samenwerkingsbestuur?

Voor fusies in het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs die leiden tot de vorming van een samenwerkingsbestuur tussen openbaar en bijzonder onderwijs, geldt een zwaardere toets.

Schoolbesturen moeten in dat geval aantonen dat zij met de (bestuurlijke) fusie:

  • de continuïteit van het openbaar of het bijzonder onderwijs kunnen handhaven;
  • voorkomen dat een of meer van de betrokken scholen wordt opgeheven of niet meer voor bekostiging in aanmerking komt.

Het bevoegd gezag van de betreffende school toont dat aan op basis van een prognose van de ontwikkeling van het aantal leerlingen waaruit blijkt dat die school binnen een termijn van zes jaar dreigt te worden opgeheven of niet meer te worden bekostigd.

Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal de CFTO een negatief advies uitbrengen. De minister kan een dergelijke fusie immers slechts goedkeuren als die aan bovengenoemde voorwaarden voldoet. Dat is bepaald in artikel 64c, tweede lid, WPO, artikel 66c, tweede lid, WEC en artikel 53h, derde lid, WVO.

Voldoet de voorgenomen fusie wel aan deze eis, dan zal de CFTO de fusieaanvraag verder toetsen op basis van de overige criteria in de Regeling fusietoets.